DE WERKLUNCH

SCHAFTEN IN HET VELD
February 3, 2021
SOLDATENETEN UIT PERU
February 9, 2021
April 20, 2021

ETEN UIT DE NATUUR: MIGRANTEN IN NOORD-NEDERLAND

Etnoloog Carolina Verhoeven van Stichting Culinair Erfgoed Centrum beheerde jarenlang het Culinair Historisch Museum in Haulerwijk, Friesland en werkt nu aan een groot project – en […]
April 13, 2021

BANANEN OP DE FIETS

Het is tegenwoordig standaard dat wielerploegen een eigen diëtist en kok meenemen naar de koers. Die zorgen ervoor dat de renners genoeg eiwitten, koolhydraten, vetten, vitaminen […]
April 7, 2021

KOREAANS BLIKVOER

Het conservenblik is een uitvinding uit het leger. En dat militaire blikvoer ligt weer aan de basis van de Koreaanse budae-jjigae, met knakworst, smac en corned […]
March 26, 2021

RECEPT PARMENTIER 2.0

Geroosterde prei met aardappelpuree en citroen-knoflookboter Op 3 oktober 1950 kregen tweedeklaspassagiers op een stoomschip op weg naar Indië Parmentiersoep, een van mijn favorieten. De soep […]

Typisch Nederlands: een trommeltje met boterhammen mee naar kantoor. Hoe ging dat vroeger, lunchen op het werk?

George Hendrik Breitner, Schafttijd in de bouwput aan de Van Diemenstraat in Amsterdam, 1897

Eeuwenlang werd de hoofdmaaltijd in Europa, ook in Nederland, ‘s middags genuttigd. De avondmaaltijd was meestal lichter. Logisch, want overdag ben je aan het werk en heb je energie nodig. Op het platteland gingen boeren tussen de middag naar huis om warm te eten – oogsttijden uitgezonderd, zie deze blog – ambachtslieden in steden deden hetzelfde. Vanaf 1850 begon dat gebruik door de industrialisering echter te veranderen. Fabrieksarbeiders werkten vaak ver van huis en fabriekseigenaren zagen liever niet dat hun werknemers te lang pauzeerden. Tijd is geld. Daarom ontstond het gebruik van vrouwen en kinderen die rond lunchtijd een pannetje gekookte aardappelen – het typische lunchmaal in de negentiende eeuw – naar pa in de fabriek kwamen brengen.

‘Spijs en drank werden, hetzij van huis meegebracht, hetzij in de fabriekscantine gekocht. Het eerste deden gewoonlijk de oudere, gehuwde en daarom zuinige arbeiders; het laatste de ongehuwden en getrouwde mannen die te ver van huis woonden om met de hunnen te gaan middagmalen [en] hun vrouw of kind de last van het brengen van het eten wenschten te besparen,’ vermeldde het boek Drie maanden fabrieksarbeider in 1891.

Vaders middagmaal. Man, mogelijk havenarbeider, zittend op de kade langs de Nieuwe Maas, etend uit een door zijn dochter in een rode doek gebrachte pan. Op de achtergrond de contouren van de Maasbruggen, silhouet van de Laurenstoren (1895) Stadsarchief Rotterdam.

De wandelingen met pannen aardappelen waren geen lang leven beschoren, want het was behoorlijk omslachtig. Een pakje boterhammen meenemen naar de werkplaats werd het alternatief. Dat beschreef onder andere de Amsterdamse socialist Monne de Miranda in 1921: ‘Zoo geraakte het gebruik van een warm middagmaal in discrediet. De zakjes met brood verdreven in snel tempo het aangewende hulpmiddel van pannetjes en potjes, die naar fabriek of werkplaats gebracht werden en in den regel voor drievierde met aardappelen gevuld werden.’  In fabriekskantines bestond het aanbod eveneens uit boterhammen – alleen tijdens de broodschaarste in de Eerste Wereldoorlog kwamen er langere eetpauzes zodat arbeiders thuis warm konden eten.

De kantine van de N.V. Melkinrichting Holland, Eerste Jan Steenstraat 10-30 (ca. 1930), Stadsarchief Amsterdam.

In België gebeurde iets vergelijkbaars. In zijn net verschenen boek Brood, een geschiedenis van bakkers en hun brood schrijft emeritus-hoogleraar Peter Scholliers dat ambachtslieden, bedienden en winkeljuffrouwen eind negentiende eeuw pakketjes met boterhammen mee naar het werk droegen, maar dat het ook steeds gebruikelijk werd om elders iets te eten, in cafés, herbergen en andere populaire eetgelegenheden. Wél met brood als belangrijkste onderdeel van de maaltijd – want een broodlunch was goedkoop en snel. Ook in Nederland werden broodjeswinkels en cafetaria’s geliefd.

Zo verschoof de hoofdmaaltijd in de negentiende eeuw in de stad van het middaguur naar de avond, al bleef men op het platteland vaak nog aan het oude systeem vasthouden. Wie at er bij opa en oma thuis vroeger nog aardappelen om 12 uur?

 Een eerdere versie van dit artikel verscheen 5 september 2018 in Het Parool.

MEER LEZEN OVER DE GESCHIEDENIS VAN ETEN OP REIS? KOOP MIJN BOEK TREK!
LIEFST BIJ JE PLAATSELIJKE BOEKHANDEL, OF: